Ergens las ik ooit: ze noemen het zelfgekozen familie. Ik moet daar vaak aan denken. Want sommige mensen in je leven voelen inderdaad een beetje als familie. Niet omdat je met elkaar bent opgegroeid of dezelfde achternaam draagt, maar omdat je elkaar in de loop van de jaren steeds opnieuw hebt gevonden. Ik heb het geluk dat ik een fijne groep vrienden om me heen heb.
Mensen die op verschillende momenten mijn leven binnenkwamen. Sommigen ken ik al vanaf de middelbare school. Zij kennen mijn ouderlijk huis, mijn ouders, wie ik was voordat ik zelf precies wist wie ik was. Ze kennen verhalen die ik allang vergeten ben.
Anderen kwamen veel later. Via de voetbaltrainingen van mijn zoon. Als overbuurvrouw. Via een gezamenlijke vriendin. Tijdens mijn studie. Op mijn werk. Via een app. Zelfs op de gang van de secretaresseopleiding die mijn vader destijds zo nuttig voor me vond. Sommige ontmoetingen lijken op het moment zelf heel gewoon. En dan zijn er ineens twintig, dertig jaar en soms opeens 40 jaar voorbij.
Niet iedere vriendschap is hetzelfde. Dat is denk ik het het fijne aan vriendschappen. Met de één wandel ik veel, vaak met haar hond erbij. Met een ander struin ik kringloopwinkels af. Met sommigen ga ik op vakantie, naar een dansvoorstelling of lunchen we ergens waar we veel te lang blijven zitten. Of we bellen uren aan de telefoon. Ontmoeten elkaar halverwege in een leuke stad. Met anderen drink ik een glas wijn en praten we uren over alles en niets.
Het zijn van die vrienden met wie ik werkelijk alles kan bespreken. Van het soort vaatdoek dat je vandaag het beste kunt kopen tot de dingen waar je ’s nachts wakker van kunt liggen.
Misschien is dat wel een van de mooiste dingen aan vriendschap. Dat je niet bij iedereen hetzelfde hoeft te zijn. Je hoeft niet met iedereen dezelfde interesses te hebben, dezelfde humor of dezelfde manier van leven. Je hoeft elkaar ook niet iedere week te zien. Sommige vrienden zie ik vaak. Andere wat minder. Maar als je elkaar weer ziet, is het vertrouwd. Alsof je even verdergaat waar je gebleven was.
Ik heb niet alleen vriendinnen, maar ook een aantal goede mannelijke vrienden. Die vriendschappen voelen anders. Niet minder dichtbij, maar anders van vorm. De gesprekken hebben soms een andere dynamiek. De interactie is anders. En juist dat vind ik fijn. Je krijgt soms een heel ander perspectief op iets waar je zelf al eindeloos over hebt nagedacht. Iemand die net even anders naar een situatie kijkt. Die je kan spiegelen zonder dat daar meteen van alles omheen hoeft. Ook dat is vriendschap. Niet alleen iemand die zegt dat je gelijk hebt, maar iemand bij wie je jezelf kunt zijn én die je soms iets anders laat zien. Of die weet welke klusjesman je moet bellen tijdens je verbouwing, die je komt helpen om een trapleuning te bevestigen, die je even kan bellen als je twijfelt over de opvoeding van je zoon.
Misschien is dat uiteindelijk wat mensen voor mij tot thuis maakt. Dat ik niets hoef uit te leggen. Dat ik niet hoef na te denken over hoe ik overkom. Dat ik verdrietig mag zijn, enthousiast, onzeker, luidruchtig of juist stil. Dat ik kan zeggen dat ik ergens helemaal klaar mee ben. Dat ik soms een verhaal drie keer vertel. Dat ik een berichtje kan sturen met alleen maar: heb je even tijd? En dat er dan iemand is. Niet om alles op te lossen. Gewoon om er te zijn.
Ik denk dat we thuis vaak verbinden aan een plek. Een huis, een keuken, een stoel waar je graag zit. Een plek waar je je schoenen uitdoet en niet meer hoeft op te letten hoe je erbij loopt. Maar misschien kan thuis ook een mens zijn. Of meerdere mensen. Mensen bij wie je je schoenen uitdoet en je voeten onder je trekt op de bank zonder dat je erover nadenkt.
Tegelijkertijd weet ik inmiddels dat niet iedere vriendschap voor altijd hoeft te duren. Daar heb ik lang moeite mee gehad. Ik dacht dat vasthouden iets met trouw te maken had. Dat je mensen niet zomaar loslaat. Dat je moet blijven proberen. Dat een lange geschiedenis automatisch betekende dat iemand ook bij je toekomst hoorde. Maar zo werkt het niet altijd.
Sommige mensen lopen een heel lang stuk met je mee. Sommigen een korter stuk. En soms merk je pas achteraf dat een vriendschap langzaam uit je leven is verdwenen. Niet omdat iemand iets verkeerd heeft gedaan. Niet omdat er ruzie was. Soms verander je gewoon. Wat ooit vanzelfsprekend voelde, past niet meer. Dat hoeft de tijd die je samen had niet minder waardevol te maken.
Misschien is dat ook iets wat ik heb geleerd van loslaten. Niet alles hoeft mee. Niet iedere vriendschap hoeft voor altijd te duren om echt te zijn geweest. Sommige mensen horen bij een bepaalde periode van je leven. Ze waren precies daar nodig. Ze hebben iets gebracht, iets gezien, iets geleerd of gewoon een tijd met je meegelopen. En dan gaat ieder weer zijn eigen kant op.
En dan zijn er de mensen die blijven. Soms zonder dat je daar ooit bewust voor hebt gekozen. Ze zijn er gewoon. Jaren worden decennia. Levens veranderen. Kinderen worden groot. Banen veranderen. Relaties eindigen of beginnen opnieuw. We verhuizen, groeien, zoeken, verliezen en vinden onszelf steeds opnieuw. En ergens tussendoor blijven we elkaar bellen. We spreken af voor een kop thee. We wandelen. We drinken wijn. We sturen elkaar een foto van iets waarvan we weten dat de ander het mooi vindt. We kennen elkaars verhalen, maar blijven elkaar ook opnieuw leren kennen. Misschien is dat wel het bijzondere van langdurige vriendschap. Dat iemand je niet alleen kent van wie je was, maar ook ruimte laat voor wie je aan het worden bent.
Ik denk dat ik steeds beter begrijp waarom het woord thuis zo goed bij vriendschap past. Thuis is niet alleen de plek waar je woont. Het is de plek waar je niets hoeft te bewijzen. Waar je binnenkomt zoals je bent. Waar je niet eerst je haren hoeft te doen, je gedachten te ordenen of te bedenken wat je gaat zeggen. Je mag er gewoon zijn.
En misschien zijn er in een mensenleven maar een paar mensen bij wie dat helemaal vanzelf gaat. Bij wie je na een lange tijd weer aanschuift aan tafel en denkt: ja, hier ben ik thuis. Ik prijs mezelf gelukkig dat ik zulke mensen om me heen heb. Dat er altijd wel iemand is die ik kan bellen. Iemand met wie ik kan wandelen, lachen, huilen, eten, drinken of gewoon even niks doen.
Ik weet dat dat niet voor iedereen vanzelfsprekend is. Er zijn ook mensen die zich eenzaam voelen. Die misschien verlangen naar precies dat ene telefoontje, iemand om mee te wandelen, iemand bij wie ze zonder veel woorden binnen kunnen vallen. En misschien zie je dat aan de buitenkant niet altijd. Juist daarom voelt het soms goed om even stil te staan bij wat er wél is.
Bij de mensen die er al jaren zijn. Bij degene die onverwacht op je pad kwam en is gebleven. Bij een berichtje op een moeilijk moment. Bij een vriendin die gewoon weet wanneer ze moet komen. Bij een vriend die je een spiegel voorhoudt. Bij de mensen met wie je het leven deelt, ieder op een eigen manier.
Ik prijs me gelukkig dat mijn leven gevuld is met zulke vriendschappen. Niet omdat ik daarmee alles in het leven heb. Maar omdat ik weet dat ik het niet allemaal alleen hoef te dragen. En misschien is dat wel wat vriendschap uiteindelijk zo bijzonder maakt. Dat iemand niet je hele leven hoeft over te nemen. Dat iemand niet alles voor je hoeft op te lossen. Maar dat je weet: als het nodig is, is daar iemand. Iemand die voelt als thuis. En ik hoop dat ik dat ook voor anderen mag zijn.




