een weekend zonder plan

Sommige weekenden ontstaan zonder dat je ze van tevoren bedenkt. Je hebt geen hotel geboekt, geen restaurant gereserveerd en geen lijstje gemaakt met dingen die je wilt zien. Je gaat gewoon. Nou moet ik eerlijk bekennen dat we wel een huisje van te voren hadden geboekt. 

Afgelopen weekend vroeg de moeder van de vriendin van mijn zoon of we met ons vieren een paar dagen naar de Ardennen wilden. Het idee was eigenlijk om te gaan kanoën. Dus stapelden we onze spullen in de auto en reden we richting België. Meer plan was er eigenlijk niet. Behalve kanoën dan. Dat bleek alleen niet helemaal te gaan zoals we hadden bedacht. De rivieren stonden te laag. En dus vielen de kano’s af. Achteraf denk ik dat dat precies was wat dit weekend nodig had.

het bos

We verbleven in een huisje dat pal aan het bos lag. En wat voor bos. Hoge dennenbomen die bijna recht omhoog de lucht in leken te groeien. Het licht viel tussen de takken door naar beneden en veranderde ieder moment van kleur. Op de grond lag een dik tapijt van mos. Het zag er bijna sprookjesachtig uit.

Maar het mooiste vond ik de geur. Iedere ochtend, zodra ik de deur uit liep, rook ik het bos. Dennen. Vochtige aarde. Mos. Een geur waarvan ik bijna wenste dat ik hem in een potje kon stoppen om mee naar huis te nemen.

Ik liep er soms gewoon voor te ruiken. Misschien klinkt dat een beetje gek. Maar geuren kunnen je ergens brengen zonder dat je daar bewust voor kiest. Een enkele ademhaling en je bent weer even ergens anders.

voor het ontbijt

Iedere ochtend liep ik samen met de moeder van de vriendin van mijn zoon een rondje door het bos. Nog voordat we ontbeten.

We hoefden nergens op tijd te zijn. Er was geen route die we moesten afmaken en geen aantal kilometers dat gehaald moest worden. We liepen gewoon. We praatten. Soms liepen we een stukje stil.

En ondertussen veranderde het bos steeds een beetje. Het licht. De vogels. De geur. De bomen. Ik dacht: dit is eigenlijk precies waarom ik zo graag buiten ben. Je hoeft niets te doen om ergens te komen. Je hoeft alleen maar te lopen.

van alles wat

Omdat het kanoën niet doorging, kregen we ineens tijd. En die vulden we eigenlijk vanzelf. We struinden over een klein marktje met groenten. Keken naar kraampjes en namen de tijd om gewoon rond te lopen. We gingen naar een brocante in een oude sporthal.

Dat soort plekken vind ik heerlijk. Je weet nooit wat je tegenkomt en je hoeft ook niets te zoeken. Misschien vind je iets. Misschien ook helemaal niets.

We bezochten een klein stadje met een ouderwets reuzenrad. Geen groot spektakel, maar juist zo’n klein rad dat een beetje uit een andere tijd lijkt te zijn blijven staan. We slenterden door de straten. Keken naar de oude huisjes. Liepen kleine winkeltjes binnen.

Namen een ijsje. Niets bijzonders eigenlijk. En misschien was dat juist zo fijn.

langs de rivier

Een van de middagen zaten we langs de rivier. Een boek erbij. Een spelletje Yahtzee. Wat eten voor een eenvoudige picknick. De rivier stroomde langs ons heen en verder gebeurde er eigenlijk niets.

En dat was precies goed. Niemand hoefde ergens naartoe. Niemand hoefde iets te bedenken. We zaten er gewoon. Ik las een paar bladzijden en keek daarna weer even voor me uit. Misschien is dat wel iets wat we thuis steeds minder doen. Niets doen zonder dat we het meteen als nietsdoen ervaren. Alsof een vrije middag pas geslaagd is als we er iets van gemaakt hebben. Terwijl dit weekend me weer liet zien hoe fijn het kan zijn als een dag nergens om vraagt.

avond aan tafel

’s Avonds gingen de telefoons wat meer opzij en kwamen de gezelschapsspellen op tafel. Er werd gelachen. Misschien werd er werd vals gespeeld. En er werd veel te lang doorgespeeld. Daarna naar bed.

En de volgende ochtend weer het bos in. Het was allemaal heel eenvoudig. Een huisje. Vier mensen. Een bos. Een rivier. Een markt. Een boek. Een spelletje. En toch voelde het als een compleet weekend. Misschien zelfs meer dan dat.

een weekend dat niks hoefde

Toen we weer naar huis reden, dacht ik aan hoe weinig we eigenlijk hadden gedaan van wat we vooraf bedacht hadden. We hadden niet gekanood. We hadden geen grote bezienswaardigheden bezocht. Geen druk programma afgewerkt. En toch voelde ik me uitgerust. Misschien kwam het door het bos. Door het lopen. Door de geur van de dennen. Maar misschien ook doordat we even niets hoefden. Het was zomaar ontstaan. 

Een uitnodiging. Een paar dagen weg. Een huisje aan het bos. En daarna gewoon kijken wat de dagen zouden brengen. Ik denk dat ik dat gevoel mee naar huis heb genomen. Dat niet ieder weekend iets bijzonders hoeft te zijn. Dat je soms alleen maar hoeft te gaan. De deur achter je dichttrekt. En even ergens anders wakker wordt.

Waar het bos op je wacht. Waar de rivier gewoon doorstroomt. Waar je na een wandeling aan tafel schuift voor ontbijt. En waar niemand vraagt: Wat gaan we vandaag eigenlijk doen?

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *