als het nooit meer stil wordt

Het begon niet met paniek. Niet met een harde piep die van het ene op het andere moment alles overstemde. Het begon met een zacht gezoem. Eind juli 2021 was ik op vakantie in de bergen. ’s Avonds, wanneer ik in bed lag en de wereld om me heen stil werd, hoorde ik ergens op de achtergrond een geluid. Een zacht gezoem. Ik dacht dat het door de hoogte kwam. Of door vermoeidheid. Ik schonk er weinig aandacht aan. Het zou vanzelf wel verdwijnen.

Maar dat deed het niet. Het gezoem bleef. Zo zacht dat ik het soms vergat. Tot die dinsdagmiddag in augustus. Ik zat in de tuin met een kop thee te kletsen met een vriendin toen het ineens veranderde. Het gezoem werd een piep. Hard. Scherp. Aanwezig. Alsof iemand zonder waarschuwing een alarm in mijn hoofd had aangezet. Ik weet nog dat ik dacht: blijf rustig. Morgen is het vast weer weg. Maar de volgende ochtend was het er nog steeds. En sindsdien is het nooit meer helemaal stil geweest.

als je hoofd ineens niet meer stil is

De weken daarna leefde ik in angst. Wat als dit nooit meer weggaat? Die ene vraag nam steeds meer ruimte in. Ik hoorde het geluid tijdens het tandenpoetsen, tijdens gesprekken, terwijl ik kookte. En vooral ’s nachts, wanneer de wereld om me heen stil werd en mijn hoofd juist harder leek te worden. De huisarts kon niets vinden. De KNO-arts ook niet. Mijn gehoor was goed. Dat zou geruststellend moeten zijn. Maar dat was het niet. Want als er niets zichtbaar kapot was, waarom hoorde ik dan de hele tijd dat geluid?

Ik begon te zoeken. Naar antwoorden. Naar verklaringen. Naar iets wat het geluid misschien zachter zou kunnen maken. Ik probeerde van alles. Een osteopaat, acupunctuur, een chiropractor, body stress release. Alles waarvan ik dacht dat het misschien kon helpen. Tegelijkertijd trok ik me steeds meer terug. Ik meldde me ziek op mijn werk. Sprak minder af met mensen. Dacht dat mijn hoofd vooral rust nodig had. En misschien was dat ook zo.

Maar ik ontdekte iets anders. Hoe harder ik probeerde het geluid weg te krijgen, hoe meer ik ermee bezig was. Hoe meer aandacht ik eraan gaf, hoe groter het leek te worden.

op zoek naar stilte

Ik zocht veel op internet. Misschien te veel. Ik wilde verhalen lezen van mensen bij wie het weer over was gegaan. Maar als je bang bent, zoek je niet altijd naar de verhalen die je geruststellen. Ik las over mensen die er jaren later nog last van hadden. Over mensen die hun leven moesten aanpassen.  Over mensen die niet meer wilde leven. Over mensen die zeiden dat je ermee moest leren leven.

Maar niemand vertelde me hoe. Die periode voelde eenzaam. Aan de buitenkant was er niets aan mij te zien. Ik kon boodschappen doen, een gesprek voeren, naar buiten gaan. Maar ondertussen droeg ik de hele dag een geluid met me mee dat niemand anders kon horen.

iets begon te verschuiven

Op een gegeven moment ging ik een paar dagen weg. En daar gebeurde iets wat ik toen nog niet helemaal begreep. De piep was niet verdwenen. Maar ik was er minder mee bezig. Tijdens een spelletje vergat ik het geluid soms even. Tijdens een wandeling voelde ik mijn lichaam ontspannen. Yoga en meditatie brachten rust. Er waren kleine momenten waarop ik niet bezig was met de vraag of de piep er nog was. En juist daardoor hoorde ik hem minder.

Voor het eerst dacht ik: misschien gaat het niet alleen om het geluid. Misschien heeft mijn lichaam me iets te vertellen. Dat inzicht veranderde langzaam mijn manier van kijken. Ik begon mijn tinnitus steeds vaker breinsuizen te noemen. Niet omdat het geluid daardoor verdween, maar omdat het voor mij beter beschrijft hoe het voelt. Alsof het niet alleen iets is wat ik hoor, maar iets waar mijn hele systeem op reageert.

niet meer vechten

Een van de grootste veranderingen kwam toen ik stopte met vechten tegen het geluid. Niet omdat ik de piep ineens prettig vond. Maar omdat ik merkte dat het gevecht me uitputte en me geen stap verder bracht. Ik wilde het geluid weg hebben. Maar zolang ik voortdurend luisterde of hij er nog was, hield ik hem ook steeds in het middelpunt van mijn aandacht. Dus veranderde ik langzaam de vraag.

Niet meer: Hoe krijg ik deze piep weg? Maar: Wat heb ik nodig? Dat was een heel andere vraag. En eentje waar ik wél iets mee kon. Ik begon beter te letten op mijn slaap. Op stress. Op drukte en prikkels. Op emoties die ik soms liever wegduwde. Op de momenten waarop ik te lang doorging. Ik merkte dat mijn piep vaak nadrukkelijker aanwezig is wanneer ik slecht slaap, veel stress heb of onvoldoende rust neem. En langzaam leerde ik luisteren. Niet alleen naar het geluid. Maar naar mezelf.

mijn eigen waarschuwingslampje

Inmiddels zie ik mijn breinsuizen soms als een soort waarschuwing. Als het geluid harder wordt, vraag ik mezelf af: Heb ik genoeg geslapen? Ben ik te druk geweest? Neem ik voldoende rust? Waar heb ik eigenlijk behoefte aan? Dat betekent niet dat ik altijd meteen weet wat het antwoord is. En ook niet dat het geluid daarna vanzelf verdwijnt. Maar ik hoef er niet meer direct van te schrikken. Ik kan het opmerken en mezelf afvragen wat er nodig is.

het leven weer groter maken

Wat misschien nog wel belangrijker was, was ontdekken dat ik mijn leven niet kleiner hoefde te maken vanwege de piep. Ik hoefde niet alleen maar stilte op te zoeken. Ik kon weer wandelen. Werken. Reizen. Met vrienden afspreken. Sporten. Lachen. Uit eten. Sterker nog: juist de dingen waar ik blij van word, helpen me om mijn aandacht weer naar het leven te brengen. Een goed gesprek. Een wandeling door het bos. Een boek waarin ik verdwijn. Samen eten. Mijn zoon. Een dag waarop ik veel te hard lach. Kleine dingen die niets met tinnitus te maken hebben, maar die mijn leven wel groter maken dan het geluid in mijn hoofd.

het is er nog

Mijn piep is er nog steeds. Soms is het een zacht gesis. Soms een duidelijke toon. Soms vergeet ik hem urenlang, soms zelfs dagen. En soms zijn er momenten waarop ik hem heel nadrukkelijk hoor. Maar ik ben er niet meer bang voor. Dat is misschien wel de grootste verandering. Mijn breinsuizen heeft me geleerd dat ik niet eindeloos tegen mezelf hoef te vechten. Op een gegeven moment vraagt je lichaam misschien om iets anders. Ik leef bewuster dan vroeger. Zachter misschien ook. Ik voel sneller wanneer iets te veel is. Ik weet beter wanneer ik een stap terug moet doen. En ik probeer mezelf minder vaak voorbij te lopen. Misschien is dat wel het vreemde cadeau dat dit geluid me heeft gegeven. Dat ik door te leren luisteren naar mijn piep, uiteindelijk beter naar mezelf ben gaan luisteren.

misschien wordt het ooit weer stil

Soms denk ik nog steeds aan die zomer in de bergen. Aan dat zachte gezoem dat ik nauwelijks opmerkte. Als ik toen had geweten dat het geluid zou blijven, zou ik waarschijnlijk bang zijn geworden. Misschien wel heel bang. Nu weet ik dat ik niet hoef te weten hoe het verder gaat. Misschien wordt het ooit weer stil. Misschien niet helemaal. Maar stilte betekent voor mij inmiddels iets anders. Het is niet alleen de afwezigheid van geluid. Soms is stilte een rustig lichaam. Een hoofd dat even niets hoeft. Een wandeling tussen de bomen. Een paar minuten op een bankje in de zon. Of het moment waarop ik niet meer luister naar de vraag of de piep er nog is. En gewoon luister naar mezelf.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *