Er zijn van die dagen waarop je eigenlijk nergens zin in hebt. Niet per se omdat er iets aan de hand is. Soms ben je gewoon moe. Je hoofd zit vol. Er was verdrietig nieuws. Iets liep anders dan je had gehoopt. Of je voelt je gewoon een dag een beetje kut. Op zulke dagen hoef ik van mezelf niet zo nodig iets van de dag te maken. Ik noem ze soepdagen. Dagen waarop niets hoeft en alles mag. Waarop de gordijnen best de hele dag dicht mogen blijven en ik zonder enige moeite de grens tussen ochtend en middag laat vervagen. Joggingbroek aan, telefoon wat vaker weg, boek erbij. Vanuit bed een film kijken. Of juist helemaal niets. Dat ziet er een beetje zo uit als deze zwanen….de dag glijdt voorbij.
Een soepdag hoeft ook niet per se gezellig te zijn. Je mag er best een beetje om jezelf heen hangen. Een potje janken op de bank omdat het leven soms gewoon even tegenzit. Omdat je iemand mist. Omdat je moe bent van alles wat moet. En daarna misschien een douche nemen en een kom soep maken.
Dat vind ik zo fijn aan soep. Het is bijna geen eten dat je hoeft uit te leggen. Je zet een pan op het vuur, snijdt wat groenten, doet er water of bouillon bij en laat het rustig pruttelen. De geur vult langzaam de keuken. Je hoeft er niet bovenop te zitten. Misschien past soep daarom wel zo goed bij deze tijd van het jaar.
De eerste ochtenden waarop er mist boven de weilanden hangt. Het licht wordt zachter, de avonden korter. Buiten wordt het frisser en binnen krijgen warme truien, dekentjes en pannen op het fornuis weer vanzelf een plek.
Ik merk het ook aan wat ik eet. In de herfst krijg ik weer zin in warme ontbijtjes. Een kom havermoutpap. Of cottagecheesepannenkoekjes, warm uit de pan. Ik vind het leuk om te merken hoe voeding en ritme kunnen meebewegen met de seizoenen. Misschien is dat ook wat ik zo mooi vind aan de seizoenen. Ze herinneren me eraan dat niet iedere dag hetzelfde hoeft te zijn. Dat er een tijd is om naar buiten te gaan en een tijd om je terug te trekken. Om actief te zijn, maar ook om stil te vallen. Een soepdag is voor mij zo’n kleine pauze.
Een dag waarop ik uitgebreid voor mezelf kan koken, zonder haast. Een boek kan lezen tot ik merk dat ik al twintig bladzijden verder ben. Een film kan kijken via Picl of Cinetree – van die films waar je soms een beetje stil van wordt. Een vriendin bellen en een uur praten over alles en niets. Of helemaal niemand spreken. En misschien is dat laatste nog wel het moeilijkst.
Bloemkool-wortelsoep
Voor 2 kommen
Ingrediënten: 150 g wortel, 400 g bloemkool, 250 ml kokosmelk, 300 ml bouillon, 2 tl kerrie, 1 tl kurkuma, peper, olijfolie, kikkererwten, gerookt paprikapoeder en tijm.Bereiding: Rooster wortel en bloemkool 20 min. op 200 °C met olie, kerrie, kurkuma en peper. Mix met de warme bouillon en kokosmelk tot een romige soep. Bak de kikkererwten krokant met paprikapoeder en kerrie en serveer ze met de soep en wat tijm.
Pittige linzensoep
Voor 4 kommen
Ingrediënten: 175 g rode linzen, 2 aardappels, 1 paprika, 2 wortels, 1 ui, 1 teen knoflook, 1 bouillonblokje, 1,5 liter water, ½ el tomatenpuree, 1 tl paprikapoeder, ½ tl chilivlokken, ½ tl asafoetida, zout en peper.Bereiding: Fruit ui en knoflook in wat ghee of olie. Voeg de groenten, tomatenpuree en specerijen toe en bak kort mee. Voeg de afgespoelde linzen, het water en bouillonblokje toe. Laat 30 minuten zacht koken en pureer glad. Breng op smaak met peper en zout. Lekker met een scheutje kokosroom, peterselie en extra chilivlokken.




