Soms trek ik mijn schoenen aan zonder precies te weten waar ik naartoe ga. Ik hoef geen bepaalde afstand te lopen en er hoeft eigenlijk niets van de wandeling af te hangen. Ik wil alleen even naar buiten. Zodra ik het bos in loop, verandert er iets.
De wereld wordt stiller. Niet helemaal stil, maar stil genoeg om weer te horen wat er om me heen gebeurt. Het ruisen van de bomen. Een vogel ergens verderop. Mijn eigen voetstappen op het zand. Misschien is dat wel wat ik zo fijn vind aan wandelen. Dat je hoofd langzaam minder hoeft.
Mijn hoofd is namelijk niet altijd stil. Sinds een aantal jaren hoor ik een piep die er eigenlijk altijd is. Ik heb inmiddels geleerd ermee om te gaan, maar op sommige dagen is het geluid nadrukkelijker aanwezig dan op andere. Buiten verschuift mijn aandacht.
Ik luister naar de wind. Kijk naar de bomen. Zie ineens een ree tussen de struiken of een roofvogel hoog boven mijn hoofd. En zonder dat ik daar bewust iets voor doe, lijkt het geluid in mijn hoofd naar de achtergrond te verdwijnen. Het klinkt misschien gek, maar soms wordt mijn hoofd juist stiller door naar buiten te luisteren
Misschien is dat ook waarom ik zo graag in de natuur ben. De natuur vraagt niets van je.
Een boom hoeft nergens naartoe. Een wolk hoeft niet productief te zijn. En tijdens een wandeling hoef ik even niets af te maken, niemand te antwoorden en nergens op tijd te zijn. Ik hoef alleen maar te lopen. En juist als ik niet op zoek ben naar iets, kom ik soms iets tegen.
Langs een landweggetje staat bijvoorbeeld opeens zo’n klein houten kastje. Je kent ze misschien wel. Een paar plankjes, een glazen deurtje en een handgeschreven briefje met wat erin ligt. Eieren van de kippen uit de tuin. Een potje jam. Een paar kaarten.
Een klein bordje erbij: €1. Meestal heb ik eigenlijk niets nodig. Toch kijk ik. Er zit iets aantrekkelijks in zulke kastjes. Misschien omdat ze zo eenvoudig zijn. Iemand heeft iets gemaakt, verzameld of geteeld en zet het langs de weg. In goed vertrouwen. Je stopt een euro in een bakje en neemt iets mee.
Deze keer koop ik een kaart. Niet omdat ik iemand een kaart moet sturen. Ik vind hem gewoon mooi. Een klein cadeautje van een wandeling waar ik niet eens naar op zoek was. Dat gebeurt vaker buiten.
Aan zee bijvoorbeeld. Tijdens mijn vakantie loop ik regelmatig even naar het water. Niet om ergens naartoe te gaan, maar gewoon om langs de kust te lopen. De zee heeft iets wat ik moeilijk kan uitleggen. Misschien is het de ruimte. Het eindeloze kijken. Het geluid van de golven dat steeds hetzelfde is en toch nooit hetzelfde klinkt.
Soms buk ik om een mooie schelp op te rapen. Of een veer. Of een verweerd blad. Ik neem ze mee naar huis en leg ze op een schaal of ergens op een plank. Het zijn geen bijzondere dingen. Waarschijnlijk zou iemand anders er zo voorbijlopen. Maar voor mij bewaren ze iets van het moment. De wind. De zee. De wandeling. Het gevoel dat ik daar even niets hoefde.
Misschien verzamel ik uiteindelijk helemaal geen spullen, maar herinneringen die toevallig een vorm hebben gekregen. Ook in de natuur zelf valt zoveel te ontdekken.
Maar misschien zijn de mooiste dingen die de natuur je geeft helemaal niet zichtbaar. Soms is het een gedachte die ineens op zijn plek valt. Een idee waar je thuis maar niet uitkwam.
Of het besef dat iets waar je je druk over maakte eigenlijk helemaal niet zo groot is. Als ik alleen loop, is er ruimte om na te denken. Over dingen waar ik mee bezig ben. Over keuzes die ik moet maken. Over wat ik eigenlijk wil. En soms ook over wat ik voel.
Vroeger dacht ik dat ik sterker moest worden door dingen minder te voelen. Minder gevoelig te zijn. Niet te veel nadenken. Gewoon doorgaan. Inmiddels weet ik dat het anders werkt.
Juist doordat ik mezelf wat meer ruimte geef om te voelen, begrijp ik mezelf beter. Misschien is dat ook wat de natuur me leert. Je hoeft niet altijd harder te worden. Je mag soms gewoon even stilstaan.
dit is wat buiten met je doet
Als ik thuiskom, trek ik mijn schoenen uit en zet ik mijn jas over de stoel. Op tafel ligt de kaart die ik voor één euro langs de weg kocht. Ernaast ligt de veer die ik tijdens een wandeling aan zee vond.
Kleine dingen. Maar als ik ernaar kijk, ben ik weer even terug. Bij de wandeling. Bij de zee. Bij die stille ochtend in het bos. Misschien is dat wel wat buiten zijn met me doet. Je gaat naar buiten met een vol hoofd en komt thuis met iets kleins in je handen. Een veer. Een kaart. Een paar eieren. Of gewoon wat meer stilte.




