Ik wist het eigenlijk al voordat we weer naar huis gingen. Ik wilde de kleuren van Marokko meenemen. Niet letterlijk. Al zou dat best gekund hebben, want in Marokko is bijna alles mooi genoeg om in je koffer te stoppen. De warme kleuren van de muren, het roodbruine van de aarde, het zachte roze van de huizen, de diepe kleuren van de stoffen op de markt.
Maar vooral de kleuren van het landschap bleven bij me. Terracotta. Zand. Oker. Roest. Vergrijsd groen. Kleuren die nergens bedacht lijken. Ze zijn er gewoon. Eenmaal thuis keek ik anders naar mijn eigen huis. Naar de spullen die er al stonden, maar ineens een andere kleur kregen. Naar de combinaties die ik eerder niet had gezien.
Alsof ik een klein stukje Marokko mee naar huis had genomen. Maar achteraf denk ik dat ik veel meer meenam dan kleur.
onderweg
Samen met een vriendin maakte ik een rondreis door Marokko. We landden in Marrakech, huurden een auto en reden richting Ouarzazate. Via het Atlasgebergte steeds verder naar het oosten, richting Merzouga.
We hadden onze Airbnb’s vooraf geboekt, maar verder lag er niet zoveel vast. Dat vond ik misschien wel een van de fijnste dingen. We hoefden niet iedere ochtend precies te weten waar we die dag zouden zijn. We konden stoppen wanneer we iets moois zagen. Een klein dorp inrijden. Een kop thee drinken. Een omweg maken omdat de weg door een landschap liep waar we nog nooit waren geweest.
De reis werd daardoor langzaam. Niet langzaam omdat we weinig deden. Juist omdat we nergens haast mee hadden. We reden door het Atlasgebergte, waar het landschap steeds weer veranderde. Bergen, diepe valleien, kleine dorpen en wegen die zich door het landschap slingerden. Hoe verder we kwamen, hoe droger de omgeving werd.
De kleuren veranderden mee. Van groen naar rood. Van rood naar zand. En uiteindelijk kwamen we bij Merzouga, waar de ruimte bijna oneindig leek. Daar was zo weinig. En juist daardoor voelde het als zoveel.
geen opsmuk
Wat me tijdens de reis steeds weer trof, was hoe puur alles voelde. Niet overal natuurlijk. Marrakech is kleurrijk, levendig en soms overweldigend. Maar zodra we de stad uit reden, kwamen we op plekken waar het leven veel eenvoudiger leek. Er was weinig opsmuk. Oude huizen. Onverharde wegen. Winkels met maar een paar spullen. Mensen die buiten zaten. Landschappen waar nauwelijks iets aan veranderd leek.
Ik vond het mooi. Misschien juist omdat ik in Nederland zo gewend ben geraakt aan alles wat nieuw, snel en efficiënt moet zijn. Hier leek niet alles meteen vervangen te hoeven worden. Er mocht iets oud zijn. Er mocht iets verweerd zijn. Er mochten sporen van het leven zichtbaar blijven. Dat zag ik ook in de mensen die we onderweg tegenkwamen. Vooral de oudere mensen bleven me bij. De gezichten. De handen. De lijnen die niet weggewerkt waren, maar er gewoon mochten zijn. Ik vond ze prachtig. Niet ondanks die sporen van het leven, maar juist daardoor.
marrakesh
En dan Marrakech. Een totaal andere wereld. Waar het landschap buiten de stad rustig en aards is, lijkt in de medina alles tegelijk te gebeuren. Kleuren. Geuren. Geluiden. Kruiden. Stoffen. Tegels. Leer. Mandjes. Lantaarns. Je kijkt je ogen uit. Ik kon er uren rondlopen zonder ergens naartoe te hoeven. Misschien omdat de medina zo anders is dan de wereld waarin ik gewend ben te leven. Er is zoveel te zien en tegelijkertijd lijkt niemand echt haast te hebben.
We dwaalden door kleine straatjes, dronken thee en aten wanneer we honger hadden. En ondertussen keek ik. Naar deuren. Naar muren. Naar voeten die iets maakten. Naar de kleuren van de stoffen. Naar tafels vol eten. Ik merkte dat ik steeds meer foto’s maakte van kleine dingen. Een verweerde deur. Een mand met kruiden. Een tafel in een restaurant.
Een oude vrouw die ergens tegen een muur zat. Een schaduw op een muur. Niet omdat het bijzondere bezienswaardigheden waren. Maar omdat ze iets vertelden.
eten dat naar meer smaakt
Misschien is er geen betere manier om een land te leren kennen dan door te eten. In Marokko vond ik het eten eenvoudig en rijk tegelijk. Veel smaak, zonder dat het ingewikkeld hoeft te zijn.
Kruiden die samen iets maken wat je thuis niet zomaar kunt namaken. Brood dat op tafel staat. Groenten die anders smaken omdat ze met zoveel aandacht zijn bereid. En vooral: samen eten. Sinds die reis kook ik veel vaker Marokkaans. Mijn boekenkast is inmiddels een paar kookboeken rijker. Natuurlijk vind ik die het liefst bij de kringloop.
Ik vind het eigenlijk wel mooi dat ik daar nog steeds iets van de reis tegenkom. Een recept. Een geur. Een gerecht dat me terugbrengt naar een avond in Marokko. Soms sta ik thuis in de keuken met een pan op het vuur en ben ik in gedachten weer even daar.
subtieler
Na onze rondreis door het Atlasgebergte, de woestijn en een paar dagen in Marrakech, verbleven we nog een paar dagen in de omgeving onder Marrakech. Dat landschap vond ik misschien wel een van de grootste verrassingen van de reis. Ik had vooraf een soort beeld in mijn hoofd dat niet bleek te kloppen. Het had bijna iets van een bushlandschap. Opnieuw die kleuren. Maar net iets subtieler. Het zand, de stenen, de lucht. En die enorme ruimte. Ik merkte dat ik daar vanzelf langzamer ging lopen. Niet omdat ik moe was. Maar omdat er niets was waar ik haast voor hoefde te hebben.
Achteraf denk ik dat ik tijdens die reis vooral een ander tempo heb meegenomen. Het tempo van niet alles vooraf hoeven plannen. Van onderweg stoppen. Van lang lunchen. Van buiten zijn. Van kijken. Van eten zonder haast. Van een gesprek dat gewoon wat langer mag duren. En misschien ook van minder willen.
Marokko liet me opnieuw zien dat schoonheid niet ingewikkeld hoeft te zijn. Dat een oude muur prachtig kan zijn. Dat een verweerd gezicht iets kan vertellen. Dat eten niet uit twintig ingrediënten hoeft te bestaan om bijzonder te zijn. Dat je niet altijd iets nieuws nodig hebt om iets moois te maken.
Misschien is dat ook waarom ik na thuiskomst anders naar mijn eigen huis ben gaan kijken. Niet omdat ik er een Marokkaans huis van wilde maken. Maar omdat ik iets van die sfeer wilde bewaren. De kleuren. De warmte. Het aardse.
Een paar kleuren kwamen terug in mijn interieur. Ik begon anders te kijken naar wat ik al had. En af en toe kook ik een gerecht dat me weer even terugbrengt naar die reis. Zo blijft een reis soms langer bij je dan je denkt. Niet in souvenirs. Maar in hoe je kijkt. In wat je mooi vindt. In wat je kookt. In hoe je je dag indeelt.
thuis, maar niet helemaal hetzelfde
Ik denk nog vaak aan Marokko. Aan de bergen. Aan de stilte van de woestijn. Aan Marrakech, waar je op iedere straathoek iets nieuws lijkt te ontdekken. Aan de mensen die we onderweg ontmoetten. Aan de kleuren die ik mee naar huis wilde nemen. Maar vooral aan hoe we ons daar voelden.
We hadden geen haast. We hoefden nergens naartoe. We reden, keken, stopten, aten en gingen weer verder. Misschien is dat uiteindelijk wat reizen met je doet. Je komt thuis, maar niet helemaal zoals je vertrok.
Een stukje van de plek waar je bent geweest reist met je mee. Soms in een kleur. Soms in een recept. Soms in een foto die je ineens weer terugbrengt naar dat ene moment. En soms gewoon in een verlangen. Ik wil terug.




